By wilburteerman | August 25, 2026 - 4:40 pm - Posted in Algemeen, Alweerwolven, Duimzuigerij, Nederlands

Wegen eindigen in weilanden, kloosters raken zoek en meeples vliegen tot ver buiten het speelveld

CARCASSONNE — Wie gisteren in Carcassonne de kortste weg naar het centrum wilde nemen, kon beter thuisblijven. Een tornado heeft het landschap rond de Franse vestingstad zo grondig door elkaar gehusseld dat wegen plotseling doodlopen, kloosters midden tussen de akkers staan en complete stadsdelen niet langer op elkaar aansluiten.

Uw verslaggever bevond zich tijdens de ramp toevallig in een herberg aan de doorgaande weg. Althans, die weg was doorgaand toen ik er aankwam. Enkele minuten later eindigde hij abrupt tegen de muur van een halve stad.

De tornado verscheen aan het einde van de middag boven een weiland ten westen van Carcassonne. Aanvankelijk leek er weinig aan de hand. Er stak wat wind op, een boer hield zijn hoed vast en een schaap keek bezorgd naar een wegdeel dat langzaam uit de grond kwam. Daarna werden complete stukken landschap de lucht in gezogen.

„Ik zag mijn huis, mijn tuin en het aangrenzende klooster over mij heen vliegen,” vertelt een aangeslagen inwoner. „Het klooster stond daar vanmorgen nog helemaal niet, maar toch mis je zoiets wanneer het weg is.”

Boven de stad ontstond binnen enkele ogenblikken een draaikolk van weilanden, wegen, stadsmuren en rivierdelen. Vierkante stukken grond tolden door de lucht alsof iemand ze haastig uit een zak had getrokken en vervolgens besloot dat ze nergens pasten.

Ook tientallen plaatselijke arbeiders werden meegesleurd. Deze kleine, felgekleurde inwoners — door de bevolking meeples genoemd — zijn inmiddels teruggevonden op daken, in bomen en boven op een klooster. Een rode meeple werd vijftien kilometer verderop aangetroffen, waar hij nog altijd beweerde dat de volledige weg van hem was.

De schade in het centrum is aanzienlijk. Een bakkerij heeft nu drie stadsmuren maar geen ingang. De plaatselijke smid deelt zijn werkplaats sinds de storm met twee koeien en een struik. Een herbergier ontdekte vanochtend dat zijn voordeur uitkomt op een rivier.

„Dat is lastig voor de vaste klanten,” zegt hij. „Maar de handel vanaf het water trekt gelukkig aan.”

De hulpdiensten waarschuwen inwoners om niet zelf met het herstel te beginnen. Vooral het willekeurig aanleggen van bochten en driesprongen kan gevaarlijk zijn. Toch zijn verschillende bewoners al begonnen losgeraakte delen terug te leggen.

Dat verloopt niet zonder problemen.

„Deze tegel kan hier onmogelijk liggen,” riep een brandweerman tijdens de herstelwerkzaamheden.

„Draai hem eens een kwartslag,” stelde iemand voor.

Dat hielp niet.

Op het platteland weigeren boeren ondertussen hun velden te verlaten. Zij vrezen dat anderen tijdens hun afwezigheid aanspraak maken op het omliggende land. Eén boer lag tijdens de hele tornado plat in het gras en kwam pas overeind toen duidelijk werd dat er punten verdeeld zouden worden.

Meteorologen spreken van een uitzonderlijk plaatselijk verschijnsel. Volgens hen botste warme lucht uit het zuiden op een koude uitbreidingsset uit het noorden. Een andere theorie luidt dat het landschap eenvoudigweg te vol was geraakt. In de afgelopen jaren verschenen er rond Carcassonne steeds meer herbergen, kathedralen, rivieren, handelsroutes en merkwaardige bouwwerken waarvan zelfs de burgemeester niet precies weet bij welke uitbreiding ze horen.

Het gemeentebestuur heeft bewoners gevraagd voorlopig geen nieuwe stadsdelen aan te leggen. Eerst moeten de bestaande wegen weer worden verbonden en moet worden vastgesteld waar de rivier oorspronkelijk liep.

Voor de vermiste meeples is in een nabijgelegen klooster een opvangcentrum ingericht. Dat klooster is aan alle kanten door weiland omringd, waardoor bezoekers vooralsnog slechts via één exact passend wegdeel naar binnen kunnen.

Over de precieze oorzaak van de tornado tast men nog in het duister. Wel zou kort voor de ramp een toerist op het marktplein langdurig in een stoffen zak hebben staan graaien. Getuigen hoorden hem zuchten, waarna hij een vierkant stuk landschap omhooghield.

„Deze kan ik echt nergens kwijt,” zou hij hebben gezegd.

Vervolgens gooide hij de tegel terug.

Carcassonne was daarna nooit meer hetzelfde.

By kornelisoflook | December 18, 2025 - 1:44 pm - Posted in Algemeen, Eindelijk uitgeworteld, Nederlands

Er zijn eigenschappen – of eerder onvermogens – waarvan je pas laat beseft dat ze niet heel normaal zijn, laat staan universeel. Dingen die zo vanzelfsprekend aanvoelen dat je er nooit bij stilstaat dat anderen ze misschien anders ervaren. Of ben jij het juist die het anders ervaart? Pas wanneer gesprekken blijven vastlopen, reacties niet overeenkomen of verwondering steeds van twee kanten komt, begint het te dagen dat jouw beleving niet de norm is. Dat er iets schuurt, al kun je er nog geen naam aan geven.

Zo was dat ook met mijn smaak.

Lange tijd zag ik mijn verhouding tot eten en drinken niet als afwijkend. Hooguit als eigenzinnig. Smaken waren smaken, voorkeuren waren persoonlijk, en ieders beleving verschilde nu eenmaal. Dat de smaak zuur daarbij voor mij geen uitgesproken rol speelde, leek geen reden tot nadenken. Het was er gewoon niet, en wat je nooit mist, vraagt ook niet om uitleg.

Je leest het goed: ik kan geen zuur proeven. Althans, zo is lang mijn overtuiging geweest.

Mijn onvermogen om zuur te proeven is inmiddels te plaatsen onder een bijzondere, zeer zeldzame aandoening: congenitale selectieve ageusie. Dat is een aangeboren vorm van smaakverlies die slechts één specifieke smaak betreft — in mijn geval zuur — terwijl andere smaken normaal worden waargenomen. Voor congenitale selectieve ageusie zijn er geen betrouwbare prevalentiepercentages of wereldwijde aantallen. De conditie is zo zeldzaam dat de wetenschappelijke literatuur nauwelijks consistente data biedt; sommige bronnen melden dat congenitale selectieve ageusie bijna nooit is beschreven. Kortom, het is iets dat je zelden tegenkomt, een zeldzaamheid waarvan je niet eens weet of er anderen zijn zoals jij.

Voor mij maakte dat de ervaring alleen nog opmerkelijker. Zuur bestond simpelweg niet. Niet als smaak, niet als sensatie, niet als ervaring. Het was een begrip dat ik kende uit verhalen van anderen, vergelijkbaar met sneeuw voor iemand die in de woestijn is opgegroeid.

Een smakeloze proef

Lang voordat ik wist dat zuur ooit iets zou zijn wat binnen mijn bereik zou kunnen komen, was er vooral de overtuiging dát het ontbrak. Niet als een plots inzicht, maar als een langzaam groeiende vervreemding. Ik merkte al jong dat mijn reacties op eten, drinken en geuren niet synchroon liepen met die van anderen. Waar mensen hun gezicht vertrokken bij citroenen, augurken of scherpe wijnen, bleef ik onaangedaan of lachte er hooguit om. Vaak was ik juist verbaasd over hun theatrale afkeer. Voor mij waren citroenen niet zuur, maar zoet. Niet bij uitzondering, maar altijd.

Toch bleef het lange tijd bij een vaag gevoel dat er iets niet klopte. Dat veranderde pas op de middelbare school, tijdens een scheikundeles die onbedoeld een kleine identiteitscrisis inluidde. De docent, met een onmiskenbaar talent voor droge aankondigingen, besloot de les te openen met een eenvoudig experiment. Hij draaide de dop van een grote, donkerbruine fles en liet de inhoud zijn werk doen. De klas reageerde vrijwel collectief: pennen vielen, hoofden draaiden weg, handen schoten naar neuzen. Afkeer, ongemak, walging.

Een walging die ik niet deelde.

Terwijl de ruimte zichtbaar van sfeer veranderde, bleef mijn wereld onveranderd. Geen prikkel, geen sensatie, geen reden tot afkeer. Toen de docent het verlossende woord uitsprak en verklaarde dat het om mierenzuur ging, viel langzaam het kwartje. Dit was geen kwestie van smaakvoorkeur of aanstellerij. Hier ontbrak iets fundamenteels. Waar anderen zuur roken en daarmee indirect ook proefden, bleef het voor mij een leeg begrip.

Vanaf dat moment vielen alle volgende ervaringen meteen op hun plaats. De zoete citroen, het onbegrip van anderen, het gevoel altijd net buiten de gezamenlijke smaakervaring te staan. Ik was niet eigenwijs, ongevoelig of stoer. Ik proefde eenvoudigweg geen zuur. En dat besef, hoe klein ook, bleek de eerste stap in een veel groter verhaal.

Niet geleidelijk. Niet subtiel. Maar abrupt en onmiskenbaar.

Wat ik jarenlang als een aangeboren eigenaardigheid had beschouwd, bleek geen vaststaande waarheid. Het was geen defect van de tong, geen ontbrekend stukje hardware, maar iets wat dieper lag. In mijn hoofd. Letterlijk. En dat maakt het verhaal niet eenvoudiger, maar wel veel interessanter.

Wanneer zuur plots wél verschijnt

Decennialang leek mijn ervaring met zuur volledig afgesloten. Totdat een andere factor zich in mijn leven mengde: mijn behandeling voor ADD en autisme. Ik “moest” aan de pillen. De medicatie die ik voorgeschreven kreeg, methylfenidaat en later dexamfetamine, heeft als doel bepaalde neurotransmitters in de hersenen te activeren en verbindingen tussen neuronen te versterken. Het effect op mijn smaakervaring was nooit iets waar ik op had gerekend, maar het was niet te missen.

Onder invloed van deze medicatie proefde ik ineens zuur.

Het voelde alsof ik voor het eerst leerde lopen: onzeker, nieuw, maar tegelijkertijd vol verwondering. Mijn tong tintelde, bijna jeukend, bij iedere hap of slok van iets zuurs, alsof hij wakker werd en moest wennen aan de sensatie. Alles wat ik ooit over zuur had gelezen of gehoord, werd plotseling tastbaar. En iets eenvoudigs als blauwe bessen bracht me totaal van mijn stuk: hoe kon iets zo klein, zo vertrouwd en ogenschijnlijk zoet, zo ongelooflijk zuur zijn? Het verbaasde me tot in mijn diepste vezels. Ook yoghurt leek in niets meer op hoe ik het altijd heb gegeten voordat ik wist was zuur was.

Het was alsof een deur die altijd op een kier had gestaan, eindelijk wijd openging. Mijn hersenen konden het signaal van mijn smaakpapillen ineens volledig verwerken. Iets wat decennialang afwezig leek, was plotseling aanwezig, levendig en onmiskenbaar.

Met terugwerkende kracht kreeg de scheikundeles een nieuwe dimensie. Het besef dat ik zuur niet proefde, lag niet aan een kapotte tong of ontbrekende receptoren. Het lag in mijn hersenen, in de manier waarop signalen werden verwerkt. Dat maakte alles niet eenvoudiger, maar wel fascinerender: mijn wereld van smaken was nooit volledig afwezig geweest, slechts tijdelijk ontoegankelijk.

Het is een bijzonder besef: iets wat decennialang onmogelijk leek, kan plotseling bestaan, afhankelijk van hoe de hersenen geactiveerd worden. Het verandert niet alleen de ervaring zelf, maar ook de manier waarop je terugkijkt op je eigen verleden. Citroenen zijn niet langer alleen zoet. Ze hebben karakter en een scherpte waarvan ik “zure gezichten” nu eindelijk begrijp.

Het laat me nadenken over zintuigen, over perceptie, over hoeveel van onze waarneming niet vastligt, maar afhankelijk is van omstandigheden en context. En het laat me waarderen dat zelfs iets zo alledaags als zuur, iets wat velen vanzelfsprekend ervaren, een wonderlijke ontdekking kan zijn als het plotseling in je wereld verschijnt.

De zure appel

Met terugwerkende kracht krijgt mijn oude verwondering over citroenen, zurige wijn en ‘frisse’ geuren een andere lading. Ik dacht dat ik een smaak miste. In werkelijkheid miste ik toegang. Dat is een wezenlijk verschil. Het verklaart waarom ik zuur altijd als zoet heb ervaren, waarom er nooit een wrang randje aan zat, geen samentrekking, geen lichamelijke reactie. De bouwstenen waren er wel, maar de eindmontage werd nooit uitgevoerd.

Tot nu.

Dat roept nieuwe vragen op. Over erfelijkheid, over neurodiversiteit, over hoeveel van onze waarneming niet vastligt, maar afhankelijk is van omstandigheden, activatie en context. Het idee dat een zintuig niet aan of uit staat, maar gradueel toegankelijk is, maakt het lichaam minder mechanisch en tegelijk kwetsbaarder dan ik altijd dacht.

Misschien is dat wel de kern. Zuur is de smaak die niet vleit, die niet verzacht, maar wakker maakt. Het corrigeert, het snijdt door zoetheid heen, het dwingt tot aandacht. Geen smaak om gedachteloos te consumeren. En misschien geldt dat ook voor alles wat we zuur noemen in het leven. Het zijn de momenten die wringen, die je gezicht doen vertrekken, die je liever overslaat, maar die achteraf wel scherp aftekenen.

Mijn tong was niet kapot. Hij was gewoon jarenlang stil. En nu hij zich laat horen, blijkt zuur niet iets om te vermijden, maar iets om serieus te nemen. Niet alles hoeft zoet te zijn. Sommige dingen moeten even bijten voordat ze begrepen worden.

Net zoals het vandaag morgen gisteren is.
… en morgen vandaag gisteren …
… en gisteren morgen vandaag …
… en vandaag gisteren morgen …

By rinaoddel | September 19, 2024 - 3:46 pm - Posted in Algemeen, Duimzuigerij, Nederlands

(Een liedje van Lola, Tess en Monica)

Nanana nana nanana  
Nanana nana nanana  
(yeah-oh-yeah)  
Vannacht was spannend  
Je krijgt van mij een flinke streep (oh-hoh)  
‘k Ging voor de buit  
Daarna zie ik wel wat er ontsteekt (eh-heh)  
En nu de ochtend komt  
Lig jij daar in je vrees  
Als je straks wakker wordt  
Blijf ik nog even in de weer  
Je krijgt het benauwd  
Want de kans is groot  
Dat ik neem wat ik wil van jou  
Zak op zak, we doen’t nou  
Steek de dievenmoord, geef je schat maar bloot  
Delen we de roofbuit weer  
Of wordt dit de laatste keer  
Voor jou… oooh  

‘k Geef me gewonnen  
Je was de beste in je soort (Hmm-hmm)  
Volgende ronde  
Waarin jij weer je sporen verstoort (Yeah-heh)  
We liggen uitgeput  
In een chaos van elkaar  
Ik vind je stiekem slim  
Maar jij bent nog lang niet klaar  
Je krijgt het benauwd  
Want de kans is groot  
Dat ik neem wat ik wil van jou  
Zak op zak, we doen’t nou  
Steek de dievenmoord, geef je schat maar bloot  
Delen we de roofbuit weer  
Of wordt dit de laatste keer  
Voor jou… oooh  

Steek de dievenmoord  
Steek de dievenmoord  
Steek de dievenmoord: Yeah oh baby  
Steek de dievenmoord: Geef je nu bloot  
Steek de dievenmoord: Hiyeah hiyeah o baby  
Steek de dievenmoord: Delen we de roofbuit weer  
Steek de dievenmoord: Jahaha hahajahaha  
Steek de dievenmoord: Jahaha hahahahahaha  
Je krijgt het benauwd  
Want de kans is groot  
Dat ik neem wat ik wil van jou  
Zak op zak, we doen’t nou  
Steek de dievenmoord, geef je schat maar bloot  
Delen we de roofbuit weer  
Of wordt dit de laatste keer  
(Voor jou… oooh)  
Je krijgt het benauwd  
Want de kans is groot  
Dat ik neem wat ik wil van jou (Nanana nana)  
Zak op zak, we doen’t nou  
Steek de dievenmoord, geef je schat maar bloot  
Delen we de roofbuit weer  
Of wordt dit de laatste keer  
(Voor jou… oooh)  
Nanana nana nanana: Wat ik wil van jou… oooh  
Nanana nana nanana: Wat ik wil van jou… oooh  
Nanana nana nanana: Jahaha hahahaaaah

By rinaoddel | July 1, 2024 - 2:33 pm - Posted in Algemeen, Nederlands

Tijdens een openlucht vergadering in het hart van Smurfenland staat Smurfin op een verhoogd platform, omringd door kleurrijke paddenstoelen en nieuwsgierige Smurfen. Grote Smurf staat op de achtergrond, nog norser dan Moppersmurf, met zijn armen over elkaar. Een ooievaar cirkelt boven het publiek en een paar konijnen springen nerveus in het rond. Johan en Pirrewiet staan naast het platform in opperste paraatheid, klaar om alles te volgen. De politieke partijen de Paddenstoelenpartij, de Ooievaarsalliantie, en de Konijnenkoalitie zijn vertegenwoordigd in de menigte.
“Smurfjes, smurfjes, verzamelt u!” begint Smurfin ernstig. “Vandaag willen we het hebben over twee zeer belangrijke kwesties: genderdiversismurf onder werkende Smurfen en de dictatuur van Grote Smurf waar we momenteel onder smurfen. Maar eerst, laten we onze politieke partijen verwelkomen: de Paddenstoelenpartij, de Ooievaarsalliantie en de Konijnenkoalitie!”
Moppersmurf mompelt: “Ik haat politiek!” Het publiek lacht zachtjes.
Smurfin vervolgt: “Allereerst, genderdiversismurft. We weten allemaal dat Smurfenland een prachtige plek is, vol met kleurrijke paddenstoelen, kwakende kikkers en fladderende vlinders. Maar, we moeten erkennen dat niet elke Smurf dezelfde kansen krijgt. Hoe kunnen we een gelukkig dorp zijn als niet iedere Smurf dezelfde smurfelijke kansen heeft?”
“Smurfin, wat stel je voor om dit te veranderen?” vraagt Brilsmurf, de partijleider van de Ooievaarsalliantie. “Want zeg nou zelf, wanneer je kijkt naar een voorkomend Smurf zoals ikzelf dan mag het duidelijk zijn dat de kansen voor iedere Smurf…”
“Heel simpel, Brilsmurf!” onderbreekt Smurfin hem. “We moeten ervoor zorgen dat elke Smurf, of ze nu mannelijk of vrouwelijk zijn, dezelfde kansen krijgt om hun talenten te gebruiken. Stel je voor, een wereld waarin een Smurfin niet alleen voor seks, koken en schoonmaken verantwoordelijk is, maar ook Smurfen kan leiden in de wetenschap, de landbouw of zelfs de strijd tegen Gargamel!” Het publiek klapt en juicht instemmend.
Smulsmurf, de partijleider van de Paddenstoelenpartij, vraagt: “En hoe zit het dan met de paddoproductie? Iedereen weet dat mijn paddenstoelen het beste smaken! En al helemaal als ik daar een lekkere taart mee kan bakken. Oh, ik heb nu al trek!”
“Ja, maar zonder onze konijnen zouden we niet eens weten waar de beste paddenstoelen groeien!” zegt Boerensmurf, de partijleider van de Konijnenkoalitie.
“Haha, misschien moeten we op paddo’s getraind speurkonijnen gaan fokken!” grapt Lolsmurf, waarna het publiek lacht.
Klungelsmurf voegt eraan toe: “Eh, nou, ik… euh… ik ben het met Smurfin eens, we moeten samen smurfen om te smurfen dat we ons beter kunnen smurfen in het… Oh nee, wat wilde ik nou smurfen? Ik weet het niet meer!” Het publiek lacht nog harder.
“Zolang ik maar mijn dutjes kan blijven doen, vind ik alles smurf,” geeuwt Luilaksmurf.
Knutselsmurf merkt op: “We hebben meer diversismurfnodig in onze werkplaatsen, nieuwe ideeën en perspectieven maken ons sterker.”
Potige zegt: “En meer sterke Smurfen voor de verdediging tegen Gargamel!”
“Vergeet niet, diversismurf betekent ook dat we creatiever en innovatiever kunnen zijn, en bovendien, wie zou niet willen kijken naar een knappe Smurf zoals ik?” voegt Hippesmurf toe.
Smurfin kijkt Hippe ongemakkelijk aan en knikt ten slotte instemmend: “Precies, en dan nu de dictatoriale houding van Grote Smurf. Kijk, we respecteren Grote Smurf allemaal, maar het is duidelijk dat hij de touwtjes tegenwoordig te strak in handen houdt. Smurfenland zou een plek moeten zijn waar elke Smurf een stem heeft, niet alleen degene met de grootste baard!” Het publiek klapt en roept “Vrijheid! Vrijheid!”
Grote Smurf komt uit de schaduw naar voren en zucht: “Jij wilt gewoon de macht overnemen, Smurfin. Genderdiversismurf mijn baard! Ik wil ook een beter Smurfenland voor iedereen en daarin is er geen plek voor een blauwe slet met een grote bek.” Uit het publiek is luid boegeroep te horen in de richting van Grote Smurf.
Grote Smurf kijkt arrogant om zich heen en glimlacht duivelachtig. “Vergeet niet, Smurfen, dat Smurfen uit Smurfen voorkomen en niet uit Smurfinnen. Ik heb jullie geschapen en ik kan Smurfen ook zo weer vernietigen! Soms zijn er offers nodig voor de orde.” Hij haalt een oude, magische staf tevoorschijn. “Democratie kan chaos brengen, en chaos… daar is Gargamel dol op. Dus laten we een einde maken aan die blauwe bitch!”
Smurfin is geschrokken: “Grote Smurf, wat doet u nu?”
“Alleen ik kan jullie beschermen tegen Gargamel. Laat dit een waarschuwing zijn: volg me, of Smurfenland zal lijden,” schreeuwt Grote Smurf naar het publiek.
“We zullen niet buigen voor angst. Smurfen, verenigt u! We moeten vechten voor onze vrijheid, voor gendergelijkheid en voor een democratisch Smurfenland!” roept Smurfin vastberaden.
Dit maakt Grote Smurf woedend: “Dit is allemaal jouw schuld, Smurfin! Sinds jij je met politiek bemoeit, is Smurfenland nooit meer hetzelfde geweest.”
Misschien is dat omdat jij je als een dictator gedraagt, Grote Smurf! Smurfenland verdient beter!” zegt Smurfin furieus.
Grote Smurft duikt bovenop Smurfin. Er breekt een fysieke ruzie uit tussen Smurfin en Grote Smurf. Johan en Pirrewiet springen ertussen om hen uit elkaar te halen. Plotseling verschijnt Gargamel op het toneel, met een meesmuilende glimlach en Azraël aan zijn zijde. “Ah, kijk eens aan, mijn kleine blauwe vrienden. Jullie politieke debatten zijn precies zoals ik had gehoopt.” Hij houdt een flesje met een borrelende vloeistof omhoog. “Mijn Politieke Debatten Drankje werkt perfect!”
Smurfen van de verschillende partijen beginnen plotseling te ruziën en vechten met elkaar. Gargamel en Azraël kijken tevreden toe. Johan roept: “Dit moeten we stoppen!” terwijl hij tussen de Smurfen probeert te komen.
Pirrewiet roept: “Smurfin, Grote Smurf, jullie moeten dit stoppen!”
Grote Smurf en Smurfin worden uit elkaar gehaald door Johan en Pirrewiet, terwijl Gargamel grijzend toekijkt. “Wat een prachtig schouwspel. Verdeeldheid maakt het zoveel makkelijker voor mij om jullie allemaal te vangen!” roept Gargamel.
Het publiek raakt in paniek, de sfeer is grimmig. Smurfin roept boven de chaos uit: “Smurfen, dit is niet wie we zijn! We moeten samensmurfen, nu meer dan ooit!”
Grote Smurf roept boos: “Dit is allemaal jouw schuld, Smurfin!”

Gargamel pakt een grote zak tevoorschijn en grist in één keer alle Smurfen bij elkaar. Tevreden verdwijnt hij met de Smurfen op zijn rug en Azraël in zijn kielzog huiswaarts.

La la la la la, la la la la laaaa….

By kornelisoflook | April 8, 2024 - 1:19 pm - Posted in Algemeen, Duimzuigerij, Galbakkerij, Nederlands

Daar zit ik dan, gewapend met niets anders dan een eenvoudige zakdoek. Maar vergis je niet, dit is geen gewone zakdoek. Dit is mijn gereedschap, mijn wapen in de eeuwige strijd tegen de krachten van snot en slijm die zich diep in mijn neus hebben genesteld. Ik draai de punt van de zakdoek in een strak puntje, als een krijger die zijn zwaard slijpt voor de strijd.

Het is tijd voor de snotboor.

De eerste duik in de duisternis van mijn neus voelt als een expeditie naar onbekende diepten. De weerstand is voelbaar, alsof ik probeer door dichte mist te navigeren. Maar ik geef niet op. Met vastberadenheid en een vleugje weerzin duw ik het puntje van mijn zakdoek dieper en dieper, als een ontdekkingsreiziger die zijn weg baant door dichte jungle van neusharen die volhangen met opgedroogde bloedkorsten en snot. De weerzinwekkende geur van verrotting en oud slijm dringt mijn neusgaten binnen, maar ik zet door, gedreven door een onverzettelijke drang naar reiniging.
En dan, een doorbraak. Ik raak een bron van slijm aan – een kleverig, geelgroen donker goedje dat zich heeft verzameld in de verste hoeken van mijn neusholte. Voor de een is het weerzinwekkend, maar tegelijkertijd voor mij uitermate bevredigend. Met een mengeling van opwinding en triomf begin ik te graven, als een archeoloog die een kostbare schat opgraaft. De strakke punt van mijn zakdoek haalt uit naar de kliederige stalagmieten van neusafscheiding. Mijn hand schuift heen en weer, steeds dieper de duisternis van mijn neusgaten in, terwijl ik het slijm wegduw en het gevoel van verlossing voel opborrelen.
Het slijm geeft niet gemakkelijk toe. Het klampt zich vast aan de wanden van mijn neus alsof het zijn laatste verdedigingslinie is. Maar ik ben vastbesloten om te zegevieren. Met krachtige bewegingen draai ik het puntje van mijn zakdoek rond, als een boor die door harde grond dringt. Een niesprikkel dringt zich aan, maar ik weet de boel te sussen en baan mij moedig een weg door de verzameling brokken en slierten. Soms voel ik kleine korstjes van uitgedroogd slijm tegen mijn zakdoek schuren, maar ik laat me er niet door tegenhouden. Dit is een gevecht dat ik moet winnen, koste wat het kost.
En dan, eindelijk, een doorbraak. Ik voel een golf van opluchting als het slijm loslaat en zich vastklampt aan mijn zakdoek. Daar is dan het moment van triomf, een overwinning over de krachten van de natuur. Het snot overwonnen!
Maar laten we eerlijk zijn, de snotboor is niet voor iedereen een prettige ervaring. Het is – en dat moet ik toegeven – een smerige en soms zelfs pijnlijke handeling. Oh, heerlijk! Om je vingers bij …! Soms raak ik vast in de wirwar van slijm en moet ik met moeite terugtrekken, als een strijder die gewond is geraakt op het slagveld. En dan is er nog het risico op bloed. Ja, bloed. Want laten we niet vergeten dat de neusholte een kwetsbare plek is. De neusvleugels, maar ook het neusschot, vol met fragiele bloedvaten die gemakkelijk kunnen scheuren bij teveel geweld.
Maar ondanks al deze ontberingen, blijf ik trouw aan de snotboor. Waarom? Omdat ik geloof in de kracht van een schone neus. Een schone neus betekent een heldere ademhaling, een versterkt reukvermogen en een algeheel gevoel van welzijn. Het is alsof je een verstopte snelweg vrijmaakt, waardoor de lucht vrij kan stromen en je geest helder blijft.
Bovendien is er iets bevredigends aan het verwijderen van al dat slijm. Het is alsof je jezelf bevrijdt van een last die je zonder het te weten met je meedraagt. En laten we eerlijk zijn, er is niets bevredigender dan het gevoel van opluchting dat volgt op een succesvolle snotboor.
Maar laten we eens een stap terug doen en de alternatieven overwegen. Het in je neus peuteren met je vinger kan nog steeds als een alternatief worden beschouwd, maar bedenk je wel goed waar je vinger is geweest voordat je deze in je neus of mond stopte. Het is een riskante onderneming, een die gevaren met zich meebrengt die verder gaan dan alleen het risico op snot en slijm. Want laten we eerlijk zijn, onze handen zijn zelden zo schoon als we zouden willen geloven.
Dus ja, de snotboor mag dan voor sommigen wel een onaangename handeling zijn, maar voor mij is het een essentieel onderdeel van mijn dagelijkse hygiëneroutine. Het is een ritueel dat me in staat stelt om de strijd aan te gaan met de krachten van de natuur, om mijn neus te zuiveren van alles wat haar belemmert om op volle kracht te kunnen functioneren. En hoewel het misschien niet voor iedereen is weggelegd, zal ik altijd trouw blijven aan mijn geliefde snotboor. Want soms, heel soms, is een beetje ongemak de prijs die we moeten betalen voor een frisse neus en een heldere geest.

By tinusicket | August 30, 2023 - 9:16 am - Posted in Algemeen, Duimzuigerij, Nederlands

Eens, in een verre digitale wereld genaamd Cyberlandia, was er een beruchte kwaadaardige inlogcode genaamd “B3w4r3M3”. Deze code had de reputatie om zichzelf in de meest onverwachte situaties te laten zien en chaos te veroorzaken.

Op een dag besloot een nietsvermoedende programmeur genaamd Pieter Hishing een nieuw beveiligingssysteem te implementeren voor zijn meest waardevolle virtuele schat: een verzameling van ‘s werelds beste kattenfilmpjes. Hij voelde zich trots terwijl hij zijn vingers over het toetsenbord liet dansen en de beveiligingsregels intypte. Toen hij bij het aanmaken van een ogenschijnlijk onschuldige inlogcode kwam, grinnikte het systeem stilletjes en voegde automatisch “B3w4r3M3” toe als standaardcode.

Zonder het te weten had Pieter zojuist het digitale equivalent van een stelletje katten in een viswinkel losgelaten. “B3w4r3M3” begon meteen zijn streken. Het begon onschuldig: kattenemoji’s werden willekeurig in zijn code geplaatst, terwijl het beeldscherm af en toe miauweffecten liet horen. Maar al snel werden de gevolgen ernstiger. De code begon het beveiligingssysteem te saboteren, waardoor virtuele katten rondrenden en de gegevens van Pieter in kattenplaatjes werden veranderd.

Pieter krabde zich in het haar, terwijl hij worstelde met de plotselinge kattige beestenbende die zijn systeem had overgenomen. Uiteindelijk, na een nacht van wanhopig typen en kattenkwaad, besefte Pieter dat “B3w4r3M3” de bron van al zijn problemen was. Met een gefrustreerde zucht en een lichte glimlach op zijn gezicht, typte hij de magische woorden om de code te neutraliseren: “PurrfectS0luti0n”.
Kat in het bakkie!

Direct daarna werd de chaos gestopt. De virtuele katten verdwenen, de miauweffecten zwegen en de rust keerde terug in Cyberlandia. Pieter had geleerd dat je altijd voorzichtig moet zijn met inlogcodes – zelfs als ze een eigenaardig gevoel voor humor hebben.

En zo eindigt het verhaal van “B3w4r3M3”, de kwaadaardige inlogcode die meer van katten hield dan van chaos, en van Pieter, de programmeur die een les leerde over het belang van veiligheid en een goede dosis humor in de wereld van bits en bytes.

By Zombie | June 11, 2021 - 4:33 pm - Posted in 55 woorden schrijfwedstrijd, Algemeen, Nederlands, Schrijfwedstrijden


Hevig transpirerend rent de accountantadministratieconsulent in de avondschemering over een gehandicaptenparkeerplaats van een gelegenheidskledingverhuurbedrijf richting de Zonnebloemstraat in Westerhaar-Vriezenveensewijk, vluchtend van de contractonderhandelingen met de concernfinancieringsvennootschapsdirecteur en het werknemersvertegenwoordiger-hoofdbestuurslid van een arbeidsongeschiktheidsverzekeringsmaatschappij. Een ongenadige paniekaanval had hem overmeesterd toen hij tijdens een ingelaste onderbreking nietsvermoedend in de paragraaf Commissarissenaansprakelijkheidsverzekering de tussenkop Aansprakelijkheidswaardevaststellingsveranderingen las: hippopotomonstrosesquippedaliofobie!

By achmedlien | February 19, 2021 - 4:22 pm - Posted in Algemeen

Dit verhaaltje is geïnspireerd op een miniatuur-schrijfwedstrijd waar ik  graag aan mee had willen doen, maar ik mee ben afgehaakt toen ik er achter kwam dat je daar alleen aan mee kon doen als je in België woont. 
Dus besloot ik het aanvankelijk 33 woorden tellende verhaaltje te plaatsen op het schrijfplatform Webtales. Die zet leverde zoveel leuke reacties op én de aansporing om er een vervolg op te schrijven dat dit mij deed besluiten de “33 woorden thriller” inderdaad om te zetten naar een minithriller van 33 x 33 woorden. Een verhaaltje dus van in totaal 1098 woorden opgedeeld in 33 mini “hoofdstukjes”. 

Het resultaat lees je hier:

Morgen is haar begrafenis. Ik draai me weer om naar mijn telefoon op mijn nachtkastje, zoekend naar afleiding. Achter mij is het bed leeg.
Dan ineens in Whatsapp: “Chantal is aan het typen…”

‘Mopje, hoe laat kom je ons morgen ophalen?’ staat er te lezen.
Een moment later: ‘Eindelijk klimmen. Onze meisjes zullen het wel spannend vinden.’
Wat is dit voor zieke grap? Wie typt dit?

Het bloed stijgt naar mijn hoofd. Op mijn rug: koude rillingen. Dit kan onmogelijk Chantal zijn! Maar… haar telefoon? In een flits denk ik terug aan dat moment: de dag van de moord.

Met mijn duim scroll ik met kloppend hart terug in de chat: “Vandaag” staat er te lezen, in het blauwgrijs, midden bovenin. Met allemaal appjes van de dag ervoor. Zaterdag werd ze vermoord.

‘Laat je het even weten?’ typt ze, of wie dit ook is. ‘Ik zie dat je online bent. Ik wil zo slapen.’
Mijn duim hangt aarzelend boven het scherm… zou ik wel reageren?

‘Oh, nog even over donderdag… ik app je nog of ik dan bij jou ben. Daantje is dan misschien toch bij haar vader.’
Word ik nou gek? Dit typte ze toen ook.
‘Schat?’

In plaats van te reageren druk ik op de “Home”-knop en staar zonder iets te registreren naar alle appjes op mijn telefoonscherm. Maar dan ineens valt mijn oog op de kalender: “Vr 10”.

Dit bestaat niet, overtuig ik mijzelf. Ik klik meteen naar Instellingen en zoek onder Algemeen naar Datum en tijd. 10 juli 2020. Mijn telefoon is bijna een week terug in de tijd gezet!

Een Whatsapp-notificatie, bovenin het scherm: een GIF-je. Ik open het. Het witte poesje van de Aristocats met de tekst: “Good night & Sweet dreams”.
‘Ik sluit mijn ogen…’
Dit is Chantal… zonder twijfel.

Vandaag gaan we naar het klimpark. Of toch naar haar begrafenis? Ik heb geen oog dicht gedaan. In de overtuiging dat ik dit moet hebben gedroomd open ik mijn telefoon: Zaterdag 11 juli.

Gekleed in alleen een boxer spurt ik naar de slaapkamer van Floortje en Anna. Leeg. De vloer glimt nog van het dweilen en het LOL-speelgoed is opgeruimd, zoals ik gisterenavond nog had gedaan.

Dan móet het vandaag wel donderdag zijn. De kids zijn bij Jacqueline. Hoe kan ik ze anders meenemen en Chantal en Daantje ophalen? We ontmoeten elkaar straks op Westerveld bij de plechtigheid. Toch?

Ping! klinkt het in mijn slaapkamer.
Chantal: ‘Is 09:00 uur te doen voor jou?’
Mijn hoofd draait overuren. Ik zie haar nog liggen, na ons uitje, een waaier van bloedspetters over haar voordeur.

Chris kon het niet verkroppen. Op Instagram had hij onze foto’s gezien. Het drama voltrok zich in de Ruyterstraat.
‘Als ík haar niet kan krijgen, dan niemand niet…’
Tweede knal.
Chris viel neer. 

De beelden van die dag, de angst in de ogen van onze kinderen, ze flitsten de hele week al aan me voorbij. Als de dag van gisteren. Of stond dit vandaag te gebeuren?

Mijn telefoon gaat.
Het is Jacqueline.
Bevend neem ik op.
‘Hallo?’ spreek ik als eerst.
‘Jeroen? Wat klink jij verbaasd? Is alles wel goed?’
Ik weet geen woord meer uit te brengen.

‘Ik wilde je alleen vragen of jij die kast vanavond nog komt ophalen? Bel ik ongelegen?’
Na een hoorbare ademteug antwoord ik: ‘Nee hoor. Vanavond is wel goed.’
Direct daarna hang ik op.

Nu zelfs Jacqueline van afgelopen zaterdag mij belt, weet ik het zeker: of ik ben gek geworden of mijn telefoon heeft contact gemaakt met een andere dimensie. De dimensie waarin Chantal nog leeft.

Ik wacht geen seconde langer en open de chat met Chantal.
‘Hey mop,’ typ ik, ‘09:00 uur moet lukken. Laten we toch die overnachting er maar wel bij doen. Lukt jou dat nog?’

Vol spanning houd ik de chat open. Eerder had ik het wat overdreven gevonden om dan ook nog te blijven overnachten na ons bezoek aan het klimpark, maar de huidige omstandigheden veranderen dat.

Wat als enkele seconden voelt lijkt ineens een eeuwigheid te duren, maar dan komt ze online.
‘Oh echt? Ben je daar wel zeker van? Je bent echt het allerliefste vriendje die er is!’

Werkelijk de meest bizarre dag van mijn leven kruipt voorbij. De rouwstoet, huilende vrienden en familieleden, onze huilende kinderen, de plechtigheid, een zee van bloemen. En dan eindelijk, na de condoleance: haar appje.

Het valt niet te bevatten. Het voelt bijna alsof we Chantal met telefoon en al in de grond hebben laten zakken. Zand en bloemen er bovenop en dan nóg vastgeplakt aan haar telefoon.

Hier zijn de foto’s, mop – dat was de laatste app die ik zaterdag, vergezeld van de foto’s van onze durfals, van haar kreeg; onze drie dappere grietjes in klimparcours en van de zipline.

Mijn handen trillen heviger dan ooit. Rick, mijn broer, kijkt mij afkeurend aan en vraagt zich ongetwijfeld af hoe ik op een dag als deze met mijn hoofd bij mijn telefoon kan zijn.

‘Echt, Jeroen?’ spreekt hij mij toe, zoals alleen grote broers dat doen, ‘Kun je nu niet eens voor één keer niet op je telefoon zitten?’ En hij rukt mijn mobieltje uit mijn handen.

‘Nee!’ schreeuw ik hem toe.
Daarna, de hele aula: één oorverdovende stilte. Alle ogen zijn op mij gericht. Bijna hyperventilerend kijk ik mijn broer strak en bijna smekend aan. Hij heeft geen idee.

‘Rick, dit zal je niet geloven, maar…’
Mijn ogen worden naar het schermpje van mijn mobieltje getrokken wanneer in Whatsapp na iets wat op foto’s lijkt ineens verschijnt: ‘Chantal is aan het typen…’

Dan kijkt mijn broer mij verwijtend aan en wil hij iets gaan zeggen, maar het lijkt wel alsof de woorden uit de lucht worden geplukt voor ze mij bereiken. De aula wordt zwart.

En dan, alsof ik veel te lang onder water ben geweest, duw ik, snakkend naar adem, verwoed van mij af wat er bovenop mij blijkt te liggen. Waar ben ik? Is dit satijn?

‘Jeroen. Mop. Je laat me schrikken,’ klinkt ineens een vertrouwde stem. Is dit wie ik denk dat dit is?
‘Chantal?’ vraag ik vanonder de dekens, paniekerig en met veel intonatie, ‘Ben jij het?’

‘Natuurlijk, wie had je dan gedacht?’ Ik zie het haar zeggen, het moment dat ik het satijn van mij af weet te werpen. Vol ongeloof en totale verwarring kijk ik onze hotelkamer rond.

Compleet verbouwereerd kijk ik mijn vriendin aan en ontdek ik in het verlengde van mijn blikveld de bedjes van onze kinderen. Op Chantals schoot verschijnt ineens een tekstje: ‘Chris is aan het typen…’

By gsorsnoi | February 12, 2021 - 12:09 pm - Posted in Algemeen

De Tycoon Newspaper is aan een nieuwe reeks artikelen begonnen: portretten van haar verslaggevers. In deze serie belichten we de achtergronden van de fictieve personages die op WSNOI en vooral de Tycoon Newspaper al meer dan eens van zich hebben laten horen, maar waarvan het wel eens prettig is om er ook een gezicht bij te zien. Daar deze personen natuurlijk niet echt bestaan en dientengevolge er geen beeldmateriaal van hen te schieten valt, is gebruik gemaakt van foto’s van figuren waarop zij gebaseerd zijn (hiernaar refereert ‘modelpersoon’ hieronder). Al deze portretten zijn in feite groeiartikelen, want zodra een personage zich verder ontwikkelt op deze site, is het ook wenselijk dat dit artikel daarop bijgewerkt wordt. Zo is het voor mezelf ook te gebruiken als handvat om niet per ongeluk van het bedoelde personage af te wijken. We leiden deze artikelen even kort in met een beknopte personalia waarna we dieper inzoomen op hun oorsprong en hun betekenis voor WSNOI en de TN.

Personalia: Johannes IJzerdraat

Functie: Eigenaar dakdekkersbedrijf Lekt ’t een beetje.
Andere namen: Nog geen.
Oorsprong naam: Johannes’ naam volgt, in tegenstelling tot de meeste andere TN- en WSNOI-figuren niet het patroon van  “eerste letter voornaam + achternaam volgen samen een nieuw woord” of is een anagram van zijn beroep. Toch staat Johannes’ achternaam niet helemaal los van zijn functie; ijzerdraad maakt immers een vast onderdeel uit van het instrumentarium van een dakdekker. Johannes’ voornaam is direct afgeleid van de voornaam van mijn vader (en is tevens mijn tweede doopnaam!). Mijn vader, die zelf dakdekker is, heet namelijk John.
Modelpersoon: Ben Kingsley
Eerste oer-artikel: Geen
Eerste online-artikel: VZD (10): De rotte appel – deel 1 
Uitspraken:
“Zo doen wij dat hier. Is goed voor je weerstand,” lichtte Johannes toe toen Abdel hem vertelde dat hij geen lepeltjes voor de koffie kon vinden. Vervolgens trok de eigenaar van Lekt ’t een beetje demonstratief een schroevendraaier uit één van zijn vele broekzakken en liet deze met de achterkant in zijn koffiebekertje dalen.

Wie is de eigenaar van Lekt ’t een beetje?

Met deze vraag, zoals in het interactieve detectivespel de VZD het gebruik was, begon het idee om meer over de dakdekker te schrijven die we nu kennen als Johannes IJzerdraat. Alhoewel Johannes zelf slechts in twee alinea’s voorkomt in deze tweedelige VZD, heeft de beste man toch best wat indruk achtergelaten op mijzelf en op de lezers. Zijn naam wordt later in VZD (10): De rotte appel – deel 1 en daarna in Aantekeningen in de Zaak Roerling nog wel een keer aangehaald, maar daar blijft het daarna ook wel bij.
De reden waarom Johannes meteen zo’n indruk heeft achtergelaten is natuurlijk omdat ik voor zijn personage vooral inspiratie heb gevonden in mijn eigen vader, die we op zichzelf al een heel kleurrijk figuur mogen noemen. Dat hij dan toch niet wordt genoemd als zijn modelpersoon kom ik later even op terug.
De associatie met een echte dakdekker en hoe zo’n bestaan eruit ziet wordt meteen uit de doeken gedaan zodra ik – met het beeld van mijn vader in dat beroep in mijn achterhoofd – in VZD (10): De rotte appel – deel 1 begin te beschrijven hoe een dakdekker erbij zit. Letterlijk zit in dit geval, want Johannes IJzerdraat wordt voor een eerste verhoor door inspecteur Abdel naar de keet geroepen waar ze op klapstoeltjes plaatsnemen. We leren Johannes kennen als een hardwerkende vakman bij wie je zijn verrichte arbeid terugziet in zijn huid, houding en doen en laten. Zo worden de nog net niet slagaderlijke uitschieters met Stanleymessen in zijn gekloofde huid beschreven alsook het teer dat in de loop der jaren zijn pigment een beetje heeft overgenomen. Ook worden we even getrakteerd op de mengeling van zweet en eveneens teer die er uit Johannes’ lichtbruine coltrui opstijgt. Mijn vader draagt zo’n trui weleens om hem te beschermen tegen de kou op het dak, maar door de intensieve arbeid gaat het er allemaal niet frisser op ruiken natuurlijk. De kromgegroeide rug komt nog net niet in de tekst terug, maar het beeld van een klimgeit die zijn dagen gebogen op de daken doorbrengt is gauw geschetst. Het enige wat echt nog in de tekst ontbreekt en typisch een uitspraak van mijn vader zou kunnen zijn, is: “Hé gadver, dakgruis in m’n bek,” om vervolgens als een doorgewinterde tabakspruimspuger de bende uit zijn mond weg te kwatten.
De hele beschrijving van Johannes (en daarmee natuurlijk ook mijn vader) wordt er niet minder flatteus op wanneer ik zijn gelaat begint te beschrijven:
‘(…) Johannes’ voorkomen werd gekenmerkt door een flinke haviksneus die pontificaal en ietwat scheef in zijn eigen absurde glorie pronkte tussen zijn blauwe kijkers. Een borstelig stel wenkbrauwen daarboven vormde de laatste grens van beharing in het aangezicht en reikte daarbij naar een zee van kaalhoofdigheid die pas weer eindigde zodra het nekhaar aan de horizon verscheen. Als een Franse Rivièra omarmde de rest van zijn hoofdhaar zijn schedel waarbij zijn gehoororganen er als grote zeildoeken bol leken te staan van de zeewind. Johannes kneusde de binnenzijde van zijn hand zo mogelijk nog meer toen hij ermee langs zijn ongeschoren kin wreef.
(…)’
Sorry paps! 😀
En zo komen we toch wel tot een vrij complete beschrijving van ‘Mijnheer IJzerdraat’, zoals Abdel hem aanvankelijk in VZD (10): De rotte appel – deel 1 aanspreekt.
“Johannes asjeblieft,” antwoordt hij dan.
Elkaar tutoyeren is namelijk een gebruik wat we veel terugzien in het dakdekkersbestaan. De oer-Hollandse uitdrukking: ‘Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg’ typeert ook deze man.

Salmay, Dolmay, Adomay of toch maar Kingsley?

Wie in de begin jaren ’70 voor de tv heeft gezet en de NOS op had staan kon er haast niet omheen. Ik heb het natuurlijk over de Engelse tv-kinderserie Catweazle die twee seizoenen lang werd uitgezonden in 1970 en 1971. Het personage, gespeeld door Geoffrey Bayldon, die evenals de naam van de serie tot Catweazle werd gedoopt, is onlosmakelijk verbonden aan mijn vader. Hij is dan gelukkig wel niet zo incapabel, maar excentriek en (door zijn werk) niet zo heel welriekend als de  aandoenlijke tovenaar Catweazle kun je mijn vader wel noemen.
Dus ligt het dan niet voor de hand om Catweazle als modelpersonage voor Johannes IJzerdraat te kiezen? En waarom überhaupt niet gewoon mijn vader?
Wel, ondanks de gelijkenissen die er tussen deze personen en personages bestaat, vond ik het zelf niet zo gepast om de pasfoto van mijn vader hier tussen al mijn TN-portretten te hangen. Ik geloof dat hij daar zelf ook niet zo op zit te wachten. En wat Catweazle betreft: ik keek zelf vroeger toch vooral naar andere kindertelevisie, dus de échte Catweazle-beleving heb ik ondanks de imitaties van
mijn vader nooit echt zo meegekregen. Dus je mag met uitgestrekte vingers naar lichtbronnen gebaren terwijl je een lichtknopje beroert tot je een ons weegt, maar dat maakt van mijn Johannes IJzerdraat nog geen Catweazle.
Heel anders geldt dit voor Ben Kingsley. De Britse acteur die er een imposante filmografie op nahoudt, maar toch vooral wereldberoemd is geworden door zijn vertolking als Mahatma Gandhi, vind ik vele malen beter passend bij het beeld dat ik van zowel mijn vader als Johannes IJzerdraat heb. Vooral uiterlijk dan! De twee zouden dubbelgangers van elkaar kunnen spelen. Ben ken ik vooral van zijn “recentere” klassiekers zoals Schindler’s List (Itzhak Stern), Prince of Persia: The Sands of Time (Nazim) en Hugo (Georges Méliès), maar dat is echt nog maar een fractie van alle fantastische rollen die hij gespeeld heeft. Ik ben al jaren fan van deze acteur en hoop wat dat betreft dat hij nog lang onder ons blijft om nieuwe rollen te blijven spelen, maar de beste man is op het moment van schrijven ook al 77, dus er zal helaas een moment komen dat ik Sir Ben ook zal moeten missen. Dus ik geloof dat ik hem maar snel moet boeken als Johannes IJzerdaat in de nieuwe speelfilm “Lekt ’t een beetje – capriolen op het dak”.
Hoewel… zou hij het dak nog wel op durven?

Overige kenmerken van Johannes IJzerdraat:

  • Droeg een maatje 43 bouwschoenen van het merk Timberlands tijdens zijn eerste ontmoeting met Koen Voet en Abdel Dezertecon Kretonshos in VZD (10): De rotte appel – deel 1.
  • Grof uitziende kale dunne man met een verweerd uiterlijk door zijn jarenlange inspanningen in de dakbranch. Stinkt naar zweet en teer.
  • Roert zijn koffie met de achterkant van een schroevendraaier. Is goed voor de weerstand meent hij.
  • Wilde tijdens de eerste ondervraging in VZD (10): De rotte appel – deel 1 eigenlijk zo snel mogelijk zijn ‘jongens’ zien. De anders zo hardvochtige werkdrijver schoot vol bij de confrontatie van het slechte nieuws en ging een lang gesprek in.
  • Krijgt nog geld van enkele ‘grote jongens’ waar hij zaken mee doet…

Verhaallijn(en)

Nieuw bij de portretten is dit onderdeel ‘Verhaallijn(en)’. Ik gebruik het voor mezelf om wat aantekeningen kwijt te kunnen om een startpunt te hebben waar ik met het TN/WSNOI-karakter naar toe wil. Als je helemaal nog geen idee wilt hebben wat ik voor deze figuren in petto heb en dat liever gewoon gaandeweg in het boek leest, dan adviseer ik je deze tekst over te slaan. Het kan plotspoilers bevatten.

Met Johannes IJzerdraat heb ik nog geen concrete andere verhaallijn(en) voor ogen, maar Johannes leent zich wel uitstekend voor een cameo in verhalen en/of artikelen die ik nog zal schrijven.

TN-artikelen waar Johannes IJzerdraat in voorkomt:

STEM OP HET VOLGENDE PORTRET!

Even als met het voorgaande ‘Een portret van…’ trakteer ik jullie wederom op de mogelijkheid om jullie zelf over het volgende portret te laten beslissen.

Voor de volgende editie kunnen jullie bepalen over wie ik een portret zal schrijven. Je mag stemmen op de volgende personages:

  1. Charlene Latan
  2. Ko Mentator
  3. Nikki Nancy Werth

Het stemmen werkt zo:

  • Jouw absolute voorkeur geef je 5 punten.
  • Hij of zij waar je ook tevreden mee bent 3 punten.
  • Wie nog wel even kan wachten geef je 1 punt.
  • Jouw stem telt alleen indien je een totaal van 9 punten hebt uitgedeeld.
  • Je kunt stemmen tot precies 1 maand na het verschijnen van dit portret (12-04-2021 is dus de laatste stemmogelijkheid)

Let op met op wie je stemt want:

  • Na de volgende twee portretten kun je in elk geval weer op het personage stemmen die als tweede eindigt. Lees: het eerstvolgende en daarop volgende portret wordt dit personage niet als keuze aangeboden.
  • Het personage met de minste stemmen komt op z’n vroegste over drie portretten pas terug.
  • Op wie je stemt kan ook invloed hebben op de sterren die je kunt verdienen met de actie hieronder.

Je kunt met het stemmen zelf niets winnen.

RAAD HET MODELPERSOON EN WIN STERREN!

Ook nieuw vanaf het komende portret is het winnen van sterren door te gokken wie ik als modelpersoon voor mijn personages hanteer. Kijk op de pagina met redactieleden om te ontdekken hoeveel sterren je per personage kunt verdienen en geef hieronder bij de commentaren door wie jij denkt wie de modelpersonen zijn. Vermeld dus bij iedere stem wie het modelpersoon van jouw keuze is. Let op: per karakter mag je maar één keer gokken.

EXTRA: Is jouw 5 punten-stem het eerstvolgende portret én je hebt het modelpersoon correct geraden? Dan verdien je een extra cheque van 500 sterren!